Dankbare hulde en herinnering

aan de medestichter en erevoorzitter van het René De Clercqgenootschap Deerlijk

Arnold Vantieghem

zoon van † Robert en
† Anna Vantieghem - Vanhemmens

 geboren te Deerlijk op 19 oktober 1942 en
overleden te Izegem op 20 december 2020


Mijn hart, laat maaien dan, laat binden,
Veel liefs, veel leeds.
Die trouw en diep het leven minden
Leven steeds.

René De Clercq


De verwezenlijkingen van Arnold beschrijven in enkele bladzijden is onmogelijk. In deze huldiging brengen we enkele hoogtepunten uit onze herinneringen.

Hij volgde technisch onderwijs in Kortrijk en studeerde daarna voor ingenieur. Na zijn studies werkte hij in Brussel voor de toenmalige BRT en later voor Radio Kortrijk. Hij woonde in Deerlijk, een lange tijd bij zijn moeder in de Paanderstraat en later in de Tulpenlaan.

Zijn interesse voor cultuur bracht hem als voorzitter in het bestuur van het Davidsfonds. Daar vond hij een groepje vrienden waarmee hij veel van zijn ideeën kon uitwerken. Sommige ideeën kreeg hij o.a. van Leon Defraeye, een Deerlijks industrieel, historicus en politicus. In dat Davidsfonds groeide het plan om een biografie over Hugo Verriest, geboren in Deerlijk, uit te geven. In die biografie lezen wij op het titelblad: “Idee en realisatie: Arnold Vantieghem.” De uitgave van dat boek door het Davidsfonds Deerlijk was een groot succes zodat Arnold met een tweede idee speelde om ook een biografie uit te geven over de dichter René De Clercq, geboren in Deerlijk en onverwacht, amper 55 jaar, overleden bij zijn vrienden Pieck in Maartensdijk bij Utrecht. Deze biografie werd met medewerking van Arnold geschreven door Gilbert Depamelaere en in 1977 eveneens uitgegeven door Davidsfonds Deerlijk naar aanleiding van de herdenking van de geboorte van René De Clercq honderd jaar geleden. Deze herdenking werd georganiseerd door het René De Clercqcomité, een ad hoc samenwerking van het Davidsfonds, de VTB-VAB en Tercultakring.

Het leven van onze erevoorzitter Arnold was buitengewoon actief. Niet alleen bij onze vereniging maar ook bij veel verenigingen in Deerlijk. Hiervan getuigen de vele titels op zijn overlijdensbericht. Onze gedachten gaan terug naar het prille begin. In die tijd en verder heel zijn leven lang zocht en vond Arnold hulp voor al zijn ideeën bij o.a. het Davidsfonds, de Heemkring, de jonge garde van de scouts en bij nog zovele verenigingen die hij hielp verwezenlijken of steunde. Hij kende ook goed de oudere generatie, ging in de politiek en werd in 1977 schepen.

Als schepen van cultuur (1977-1988) en van patrimonium (1989-1994) was Arnold de drijvende kracht achter de bouw, de verbouwing en de inrichting  van ontmoetingscentrum d’Iefte, het Schoolhuis, het buurthuis de Wieke en de bibliotheek alsook achter de renovatie van de toren van Sint Columbakerk. Hij nam tevens het initiatief om in 1978 de cultuurraad van Deerlijk op te richten.

Al vlug vond hij o.a. in het Davidsfonds een groepje culturele Vlaamsgezinde medestanders en er ontstond in 1983 een René De Clercqstichting die de dichter zou promoten over heel Vlaanderen. Arnold, en zijn medewerkers vonden niet alleen de oudste dochter Elza Declercq, wonende in Sint-Niklaas maar trokken ook naar Amsterdam op zoek naar Ria Vervoort, Renés vriendin en gingen naar zijn begraafplaats op de Lage Vuursche, Baarn nabij Utrecht. Beide dames reageerden in het begin nogal wantrouwig tegenover die vreemde Vlamingen die bij hen voor de deur stonden maar na een paar jaar werd het beter. Eenmaal het vertrouwen was opgebouwd regelden we de bezoeken zo dat we in de vroege voormiddag eerst op bezoek gingen bij dochter Elza in Sint-Niklaas en daarna bij Ria in Amsterdam.

We moesten in de conversaties wel voorzichtigheid aan de dag leggen want beide dames konden het niet zo goed met elkaar vinden.

Ondertussen, in 1982, was het 50 jaar geleden dat René overleden en begraven was in Nederland en het graf was gedoemd te verdwijnen omdat er geen centen waren om de concessie te verlengen. Er groeide een plan: Arnold en de Stichting zouden dat graf met het grafmonument, een werk van de Gentse beeldhouwer Jozef Cantré, overbrengen naar Deerlijk. Hierbij vond hij steun bij het gemeentebestuur en eenmaal alle nodige formaliteiten waren voldaan kon het graf van René De Clercq op de Lage Vuursche worden ontmanteld. Drie gemeentearbeiders brachten het monument met de gemeentecamion naar Deerlijk. Arnold en een vertegenwoordiging van de Stichting, vergezeld van dochter Elza, volgden met de stoffelijke resten van René in een klein kistje gedrapeerd met de leeuwenvlag. De volgende dag werd het kistje begraven en het monument geplaatst aan de kant van de sacristie van de Sint-Columbakerk van Deerlijk. René De Clercq was na 50 jaar terug thuis!

Elk jaar, op de sterfdatum 12 juni, is er nu aan het graf een herdenking. De Stichting veranderde ondertussen in v.z.w. René De Clercqgenootschap.

Op het nippertje werd het geboortehuis van René De Clercq niet afgebroken. Toenmalig Notaris Ignace Saey kocht het huisje om het te redden van de sloophamer.

Arnold kon als schepen in 1979, onder burgermeesterschap van Roger Terryn, het geboortehuis van De Clercq laten aankopen door de gemeente. Hij deed het nodige en het werd wettelijk beschermd bij KB van 27.09.1979.

Dat “oud kot” zoals de Deerlijkse bevolking het noemde, moest nu met respect voor zijn ouderdom, omgevormd worden tot een museum. Onder de leiding van de administratie van Monumenten en Landschappen en onder wekelijks toezicht van Arnold, werd het door de eigen gemeentediensten vakkundig gerestaureerd.

De benedenverdieping verwijst naar de tijd van vader Charles De Clercq: de open haard in de woonkamer, de Leuvense stoof en de waterpomp in de keuken, de bakoven in de kamer ernaast.

Ook de authentieke werkkamer van de dichter is er ondergebracht. Deze werkkamer werd ons geschonken door de erfgenamen van Ria Vervoort.

De verdieping werd omgevormd tot museumruimte waar de levensgang van René De Clercq nu al 30 jaar te ontdekken is.

Arnold was zeer verknocht aan dit authentieke oude huisje en vond het een schat die we moeten koesteren.

Arnold kon heel goed met kinderen omgaan en speelde  zeer graag nonkel in het kleutertoneel. Hij genoot ervan als de kleuters in het oude huisje met eigen ogen konden zien hoe het vroeger was in de tijd van hun (over)-grootouders.

Arnold hielp ook de rondleiding voor de vierde leerjaren van de Deerlijkse scholen verzorgen.

Hij speelde de pastoor in de biechtstoel en vertelde hoe hij als kleine jongen “te biechte” moest gaan.

 

Arnold nam ook de leiding van de jaarlijks terugkerende topactiviteiten, ondersteund door de medewerkers en vele vrijwilligers. Zo bijvoorbeeld de Midzomermarkt waarbij het museum wordt omgebouwd tot Estaminet Het Damberd. In het unieke kader van de herberg, gebouwd in 1790, kan je er dan proeven van zelfgebakken taart, streekbier van het vat, accordeonmuziek, straatmuzikanten, muziek en zang. Verder de Vlaamse Zangavond waar mooie Vlaamse liederen gezongen worden rond de piano van René De Clercq. Een gelegenheidsorkestje zorgt voor de muzikale sfeer. Solisten geven het beste van zichzelf en de samenzang wordt ondersteund door de aanwezige koren.

Een jongere ploeg is goed op weg om deze activiteiten niet te laten verloren gaan.

We hopen na coronatijd deze activiteiten die Arnold zo nauw aan het hart lagen te hernemen.

Achteraan in de Sint-Columbakerk hangt het waardevolle Sint-Columbaretabel uit ca.1555.

Leon Defraeye kon het op eigen kosten na de oorlog in 1945 terugbrengen naar Deerlijk. Leon vertelde ons dat de toenmalige pastoor zegde: “maar Leon, met zo’n oud vuil ding, wat gaan we daar mee doen?

Na enkele minder geslaagde restauratiewerken drong een volwaardige restauratie zich op.

Met enkele medewerkers startte Arnold in 1982 een comité “Terugkeer van het Sint-Columbaretabel”.

Arnold werd voorzitter en zorgde voor alle paperassen om het retabel te laten restaureren in het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (K.I.K.) in Brussel.

Ons retabel is het enige dat overblijft uit het Kortrijks atelier en het enige over de heilige Columba van Sens. De restauratie kostte meer dan 10 miljoen frank. Arnold en de werkgroep vonden de nodige centen en subsidies en wilde een kunstboek over Sint-Columba uitgeven. Toen de industrieel Roger Declercq van de firma Beaulieu, in de volksmond “boer Clercq”, 100.000 frank gaf verzamelde het comité  in de kortste keren meer dan 700.000 frank. Er werden niet één boek, viertalig, maar twee boeken uitgegeven. In 2015 was er nog geld over en werd het bronzen kunstwerk “de panfluitspeler” van Jozef Cantré aangekocht. Het beeldje is geplaatst voor het Deerlijkse Ontmoetingscentrum “d’Iefte” en werd op 2 juli 2015 ingehuldigd.

Arnold deed graag beroep op vrijwilligers om zijn ideeën uit te voeren. Hij was niet alleen voorzitter, maar een “voortrekker” die iedereen meetrok in zijn engagement

Hij was een bruggenbouwer tussen generaties en opinies.  Geen grote woorden maar interesse en bemoediging. Samen iets nuttigs doen was zijn parool. Kwaliteitsvol samenwerken met hart en ziel en veel liefde en vriendschap en harmonie.

Toen enige jaren terug Arnolds gezondheid hem niet meer toeliet om nog volop mee te werken gaf hij met pijn in het hart zijn ontslag in het RDC-genootschap en werd erevoorzitter. Hij bleef ons verder volgen en we konden nog altijd beroep doen op zijn jarenlange ervaring.

Deze hierboven vermelde realisaties zijn maar enkele hoogtepunten uit het leven van Arnold.

Arnold was een heel goede voorzitter die de mensen kon doen samenwerken.

Het verlies van Arnold valt ons zwaar, maar we zijn zeer dankbaar voor zijn jarenlange inzet voor René De Clercq, diens geboortehuis en museum en het René De Clercqgenootschap.

Op zijn begrafenis, door Corona beperkt tot familieleden, werd in naam van velen door een van zijn beste vrienden een tekst voorgelezen, een fragment:


Toen de ziekte toesloeg gaf hij zich niet gewonnen. Hij vocht zo lang dat het lukte en beleefde zo nog veel mooie momenten. Wat zijn we blij dat we hem in die moeilijke jaren nog wat konden verwennen. En dat we, tot op het einde, naast hem mochten blijven…tot we hem met een klein hartje moesten uitwuiven. Vaarwel allerliefste trouwe vriend.”

Het ga je goed Arnold op de eindeloze reis. Bedankt.

Je zult blijven leven in het museum en onze herinneringen.

Het René De Clercqgenootschap